Antwoorden op schriftelijke vragen over democratische controle op gemeenschappelijke regelingen

CDA-Logo-cirkelIn december stelde het CDA samen met ander partijen schriftelijke vragen over de controle die de gemeenteraad kan uitoefenen op gemeenschappelijke regelingen (bijvoorbeeld afvalverwerking, recreatieschappen en het Utrechts archief). Deze week ontving de raad een reactie van het college.

2013/169 SCHRIFTELIJKE VRAGEN over democratische controle op gemeenschappelijke regelingen

Vragen van mevrouw C. Hakbijl en de heren A. Kleuver, W. Buunk, J. Wijmenga, G. Mulder en T. Schipper (ingekomen op 12 december 2013 en antwoorden door het college verzonden op 28 januari 2014)

Tijdens de commissiebehandeling over de invoering van de RUD werden zorgen geuit over het zicht dat de raad heeft op wat er in gemeenschappelijke regelingen gebeurt. Wij vinden het van belang dat de raad de controlerende taak kan blijven uitoefenen en waar nodig zijn invloed kan laten gelden. Het college heeft bij monde van wethouder De Rijk gezegd over dit onderwerp na te denken en hierover een stuk aan de raad te zullen sturen. Wellicht is het nodig om de werkwijze van de raad aan te passen, wellicht moeten wij de rekenkamer verzoeken hiernaar onderzoek te doen en de raad van advies te voorzien. Omdat de vragenstellers willen bekijken hoe we de lokale invloed en democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen kunnen behouden en versterken hebben wij de volgende vragen aan het college.

1. Kunt u de raad een overzicht geven van alle bestaande gemeenschappelijke regelingen, aangezien in de begroting slechts een deel van de gemeenschappelijke regelingen benoemd wordt?

– Afvalverwerking Utrecht (AVU)
– Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
– Bestuur Regio Utrecht (BRU)
– Het Utrechts Archief (HUA)
– Recreatieschap Stichtse Groenlanden
– Plassenschap Loosdrecht
– Gemeenschappelijke regeling ‘belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU)
– Regionale Uitvoeringsdienst (RUD 2.0)
– Regionale GGD Regio Utrecht (GGDrU)

1b. Kan het college daarbij aangeven wat de bevoegdheden van de raad zijn ten aanzien van elk van die regelingen, onder andere voor begroting, beleid, controle achteraf van prestaties en resultaten?

De bevoegdheden vloeien voort uit de Wet gemeenschappelijke regeling en zijn per gemeenschappelijke regeling nader uitgewerkt. De hierover opgenomen bepalingen kunnen per regeling verschillen.

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de gemeenteraad de volgende bevoegdheden heeft:
– Vanuit de gemeente worden vertegenwoordigers aangewezen voor het Algemeen Bestuur (AB) van de gemeenschappelijke regeling. Veelal zijn dat wethouders uit de deelnemende gemeenten. Het college heeft een actieve informatie- en verantwoordingsplicht aan de gemeenteraad.
– De gemeenteraad wordt vooraf over de voorgenomen doelen, taken en bijbehorende financiële middelen van de gemeenschappelijke regeling geïnformeerd door middel van het toezenden en laten vaststellen van de begroting. Voor de gemeenteraad bestaat de mogelijkheid om via een zienswijze opmerkingen kenbaar te maken ten aanzien van de in de begroting opgenomen doelen, taken en middelen. De vertegenwoordiger van de gemeente in het Algemeen Bestuur zal de zienswijze daar vervolgens toelichten.
– De gemeenteraad wordt achteraf geïnformeerd over de realisatie van de doelen, taken en middelen door middel van het toezenden van de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling. De jaarrekening dient voorzien te zijn van een accountantsverklaring. Net als bij de begroting is het mogelijk om een zienswijze kenbaar te maken aan de gemeenschappelijke regeling.

Daarnaast kan het vaste agendapunt in de commissievergadering benut worden en is een paragraaf verbonden partijen opgenomen in de begroting en verantwoording, hetgeen een aanknopingspunt voor de Raad kan zijn om richting te geven aan het college.

2. Kunt u de raad een overzicht geven van alle gemeenschappelijke regelingen die worden voorbereid of waarvan in de toekomst mogelijk sprake kan zijn?

Per 1 januari 2014 zijn 3 nieuwe gemeenschappelijke regelingen ontstaan. Als eerste de GGD regio Utrecht, die gemeenschappelijke regeling is ontstaan uit de gemeentelijke GGD en regionale GGD’s. De taken op het gebied van infectieziektenbestrijding, tuberculosebestrijding en eerstelijns medische milieukunde zijn hierin samengebracht. Dit is een wettelijke verplichting. Daarnaast is de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht opgericht, waarin de taken van de gemeente met betrekking tot belastingheffing zijn ondergebracht. Deze regeling is ingesteld om efficiency te verhogen. Als laatste is de gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst opgericht, waarin de taken met betrekking tot de omgevingsvergunning zijn ondergebracht. Ook dit is een wettelijke verplichting.

3. Hoe is Utrecht in de bestaande gemeenschappelijke regelingen vertegenwoordigd, ambtelijk en/of bestuurlijk, wat is de overlegfrequentie en op welke wijze vindt de besluitvorming plaats?

Ook dit kan per regeling verschillen. Zo is de vergaderfrequentie afhankelijk van de vergaderdata van het AB en het DB. In de paragraaf verbonden partijen is opgenomen hoe de vertegenwoordiging is geregeld. Bestuurlijke vertegenwoordiging vindt plaats in ieder geval door middel van afvaardiging van de verantwoordelijk wethouder vanuit het college in het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Er is geen sprake van een ambtelijke vertegenwoordiging. Bij enkele gemeenschappelijke regelingen wordt wel op ambtelijk niveau overleg gevoerd. In de geactualiseerde nota Verbonden Partijen die gelijktijdig met de voorjaarsnota wordt aangeboden, wordt nader ingegaan op welke manier de vertegenwoordiging in de gemeenschappelijke regelingen is vormgegeven. Besluitvorming vindt over het algemeen plaats door middel van een meerderheid van stemmen in het AB en DB, waarbij het aantal stemmen per gemeente kan verschillen. Dit is afhankelijk van de omvang van de gemeente. Zo heeft bijvoorbeeld de Gemeente Utrecht in de VRU het meeste aantal stemmen.

4. Kan het College aangeven in welke mate invloed kan worden uitgeoefend op de prestaties van de gemeenschappelijke regelingen te behoeve van de lokale doelen en belangen van de gemeente Utrecht?

Dit is per gemeenschappelijke regeling verschillend, afhankelijk van hoe de stemverhouding geregeld is.

Afhankelijk van de aard en het type van gemeenschappelijke regeling heeft de raad bevoegdheden ten opzichte van het college over instellen en wijzigingen van gemeenschappelijke regelen en over begroting of gemeentelijke contributie. De agenda van de raadscommissies voorziet altijd voor een portefeuillehouder in de mogelijkheid van een terugkoppeling uit gemeenschappelijke regelingen. Hiervan wordt zelden gebruik gemaakt.

5. Staat met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen vast wat collegebevoegdheden zijn en waarover de raad geïnformeerd moet worden en/of waarover de raad dient te besluiten? Kunt u dit toelichten?

De bevoegdheden van de raad en het college zijn afhankelijk van wie de gemeenschappelijke regeling heeft getroffen. De gemeenteraad kan een gemeenschappelijke regeling treffen of besluiten in te treden. Als het college dit doet dan kan dit slechts na toestemming van de gemeenteraad. Toestemming kan alleen onthouden worden indien de regeling in strijd met het recht is of het algemeen belang.

Het is gebruikelijk dat gemeenschappelijke regelingen door het college getroffen worden. Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling kan een commissie instellen. Dit kan alleen met toestemming van de raad. De raad kan deze toestemming alleen onthouden indien dit in strijd met het recht is of het algemeen belang. Het bestuur van de gemeente kan bij de regeling beperkingen aanbrengen in de bevoegdheden die worden overgedragen. Bij wijziging en uittreding van de regeling is in principe toestemming van de gemeenteraad vereist. Als aan een gemeenschappelijke regeling de uitvoering van een verordening is opgedragen, dan laat dit onverlet dat de raad verordeningen blijft vaststellen, bijvoorbeeld de belastingverordening. Bij de gemeenschappelijke regeling GGDrU, waarbij de raad recent tot toetreding heeft besloten, is ook geborgd dat de raad een positie heeft bij het formuleren van uit te voeren beleid (zie betreffende raadsvoorstel).

6. Kan het College aangeven op welke manier de actieve informatieplicht beter kan worden ingevuld bij tussentijdse ontwikkelingen?

De agenda van de raadscommissies voorziet altijd voor een portefeuillehouder in de mogelijkheid van een terugkoppeling uit gemeenschappelijke regelingen. In voorkomende gevallen maken wij gebruik van de mogelijkheid om te informeren via commissie- en raadsbrieven. Tenslotte staat het de raad uiteraard vrij inlichtingen te vragen bij tussentijdse ontwikkelingen.