Van Waveren zet WOB in voor bestuursstukken: “Paardenmiddel, maar blijkbaar nodig”

CDA-fractievoorzitter Sander van Waveren heeft vandaag een verzoek op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) ingediend bij de regionale belastingsamenwerking om openbaarheid te krijgen van bestuursstukken, waaronder de accountantscontrole.

Eind vorig jaar schreef het college van B&W in Utrecht, na vragen uit de raad, dat de accountantsrapportage op afspraak in te zien[1] was bij de Bghu (belastingsamenwerking regio Utrecht). Van Waveren stelde daarop schriftelijke vragen over de toegankelijkheid van de bestuursstukken van de samenwerking, die ook op de website niet beschikbaar waren[2]. Er blijken namelijk veel meer documenten niet beschikbaar te zijn. Volgens het college zijn die ter inzage gelegd, maar hoe en waar is niet na te gaan.

Van Waveren is kritisch op die afhoudende stellingname van het Bghu-bestuur:

Dat er een keer stukken niet online staan kan gebeuren, dat kan snel gerepareerd worden. In dit geval leidt navraag echter tot een rare conclusie om informatie af te blijven schermen. Dat klopt niet, openbare stukken horen gewoon beschikbaar te zijn, het liefst netjes op de site. Daarom heb ik nu een WOB-verzoek gedaan: dat is een paardenmiddel, maar ik hoop dat de boodschap daarmee duidelijk is dat we dit soort gedrag niet accepteren.”

Ook kritiek op college van B&W

De Utrechtse CDA-fractie is niet alleen kritisch op de BghU. Ook het Utrechtse college van B&W zit fout volgens Van Waveren:

Alle stukken die het college heeft zouden voor de raad beschikbaar gesteld moeten worden, tenzij daar duidelijke gronden voor zijn. Het kan niet zo zijn dat het college raadsleden dan doorverwijst naar een andere organisatie.

De gemeentewet (169, lid 3) bepaalt dat het college raadsleden inlichtingen moet verschaffen als daarom gevraagd wordt. Door dat niet te doen, maar door te verwijzen naar een externe organisatie heeft het college het werk van de raad bemoeilijkt.

Principieel en praktisch

Van Waveren heeft afgelopen jaren vaker gevraagd om meer inzicht in gemeenschappelijke regelingen, omdat zij belangrijke taken voor de gemeente uitvoeren en een fors deel van de begroting besteden.

“Als raadslid, en als inwoner trouwens, heb je recht om te zien wat er met belastinggeld gebeurt, wat de risico’s zijn en wat er beter kan. Dat is juridisch overduidelijk en ik ben wel klaar met gemeenschappelijke regelingen die daar omheen draaien. “

Het bezwaar tegen de moeizame houding van de BghU is niet alleen principieel, maar heeft ook een praktische component. Veel raadsleden bereiden hun vergadering ’s avonds of in het weekend voor. Die willen niet ook nog een keer overdag de papieren stukken gaan inzien, dat kost veel te veel tijd die ook anders besteed kan worden.

De Bghu is over het algemeen een prima functionerende samenwerking, maar dat moet zoe blijven. De controle op het bestuur van gemeenschappelijke regelingen is een taak van de raad. Als colleges en besturen van die samenwerkingsverbanden bureaucratische hobbels opwerpen gaat dat ten koste van het democratische toezicht. Dat past niet bij ons openbaar bestuur.”

 

 

[1] https://online.ibabs.eu/ibabsapi/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0a99f5b7-9c96-47e3-bc28-166f6688a7f4

[2] https://online.ibabs.eu/ibabsapi/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=e40a0c8c-a649-4c2e-ae23-74c35dd89f90