Waarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad

Wij vinden het belangrijk dat kunst in de openbare ruimte te zien is. Schilderijen moeten niet alleen in musea te zien zijn, maar ook op straat! Niet iedereen bleek het eens te zijn met ons voorstel hierover. De discussie kreeg een bijzondere wending.

Een bijzondere wending

De collega’s van DENK bleken deze week tegen het voorstel voor het plaatsen van schilderijen in de openbare ruimte. De VVD, die eerder ook tegen de schilderingen was, blijkt nu opeens voor. En Utrecht Marketing krijgt op de kop omdat ze geschikte schilderijen selecteren.

Het is een bijzondere wending voor dit mooie plan, dat het CDA vorig jaar indiende. Utrecht heeft al veel muurschilderingen en er komen er regelmatig bij – denk aan Jan Janssen en Joop Zoetemelk aan het Thomas à Kempisplantsoen ter gelegenheid van de Tourstart. In Overvecht hangen ook al jaren grote platen op de zijgevels van 10-hoogflats. Kortom, een mooie Utrechtse traditie!

Kunst zichtbaar in de stad

Door kunst uit het museum te halen en zichtbaar te maken in de stad, kun je groter publiek bereiken. Het is logisch om dan voor afbeeldingen te kiezen met een toegankelijk verhaal, dat ook zonder veel toelichting te begrijpen is. Zo kunnen meer mensen genieten van de kunst en daarmee kennismaken, ook als ze niet vaak in een museum komen – want dat geldt helaas voor veel Utrechters.

Het CDA vindt dat het gemeentelijk cultuurbudget een breed publiek moet dienen. Dat gebeurt nu nog te weinig, teveel culturele instellingen komen nauwelijks de buurten in. Daarom was dit voorstel – om een tentoonstelling in het Centraal Museum de stad in te brengen – nu juist zo’n mooie samenwerking!

Betrokken bewoners

Hier moet het niet bij blijven trouwens. Bewoners moeten ook actiever betrokken worden bij het plaatsen van kunst in de openbare ruimte. Vorige maand vroeg het CDA daarom aandacht voor het cultuurbudget in het stationsgebied. De ‘Celestial Teapot’ is door Utrecht omarmd, maar van de miljoenen die zijn uitgegeven is relatief weinig achtergebleven. Dat is jammer. Daarom willen we de kunstplannen voor het Westplein en Jaarbeurskwartier beter besteden. Samen met bewoners en op een manier dat het blijvende waarde heeft. Het college reageerde op onze vraag met de belofte om in het voorjaar van 2019 een notitie te sturen met informatie over de beschikbare budgetten en een plan van aanpak voor de besteding. Wordt vervolgd dus!

Ook in nieuwe subsidieperiode voor culturele instellingen willen wij zichtbaarheid in de stad en publieksbereik nadrukkelijker als criteria bij de beoordeling voor het verlenen van subsidies. Kunst omwille van de kunst heeft zeker een waarde, maar als gemeente moeten we juist ook kijken hoe kunst voor onze inwoners een meerwaarde kan hebben.

Dat inwoners een mening hebben over kunst in de openbare ruimte bleek wel uit de reacties op onze oproep over de ‘Celestial Teapot’, de reuze-theepot in het stationsgebied. Over verschillende kanalen (twitter, facebook, AD, DUIC) leverde de oproep meer dan 600 reacties op. In de peilingen deden het Beatrixtheater en het Stadskantoor het goed, de meeste spontane reacties kozen voor het Vredenburgplein.

Geschiedenis en toekomst

Kortom, kunst in de openbare ruimte is leuk én belangrijk. We zouden zoveel mogelijk leuke ideeën daarvoor moeten uitvoeren. Het achterhoedegevecht van DENK en de VVD moeten ze lekker samen uitvechten, ik hoop dat veel inwoners en culturele organisaties met ons meedenken over hoe we onze cultuurgeschiedenis én toekomstig talent een mooie plek in het straatbeeld kunnen geven.